Problemen? Bel nu!
Stroomstoring
Sitemap
Elektriciteit
Contactformulier
REI-Erkenning
Aardlek
Storing
Vragen Elektra
Veilgheid Elektra
Install.automaat
Hoofdschakelaar
Aardlekschakelaar
Verdeelinrichting
Brandveiligheid
Boiler-Relais

Veiligheid Elektriciteit Douche en/of Badruimte

 

Standaard voorzieningen in bad-en/of doucheruimten.

 

Bad-en doucheruimten moeten minimaal voldoen aan de veiligheidseisen Nen 1010. Er moet standaard minimaal 1 verlichtingspunt zijn.Wanneer de vloeroppervlakte groter is dan 1.6m2 en de wastafel is gemonteerd,is een tweede lichtpunt boven de wastafel verplicht.Een lichtpunt kan niet zomaar ergens gemonteerd worden.Wanneer dit niet kan,moeten het lichtpunt in zone 0 tot en met 2 boven een hoogte van 2.25 meter geplaatst worden.Voor de bedieningsschakeling geldt het zelfde.De schakelaar moet voorzien zijn van een isolerend trekkoord. In zone 3 of daarbuiten is een standaard schakelaar toegestaan.Het materiaal in zone 3 of daarbuiten,moet voldoen aan IPX1. Standaard in - en opbouwmateriaal is hiervoor geschikt.Voor badlokalen geldt echter IPX5 (Spuitwaterdicht) Daar bestaat het risico van waterstralen tijdens het reinigen van dergelijke ruimten.

 

Tabel 8.720Y eist een bedrade aansluitmogelijkheid voor een badkamer kachel op minmaal 2 meter boven de vloer.Ook wanneer een centrale verwarming is.Dit kan in de prakti9jk vaak met een extra inbouwdoos.Dat is dan een voedingspunt voor een badkamerbeubel.

Badkamers worden steeds luxer,dus wordt er ook steeds meer extra materiaal aangebracht.Denk aan wasbehandelingstoestel(en), boiler, scheer- of fohn-wcd, badkamermeubel,bubbelbadpomp of badonderwaterverlichting. Aan de opstelling van deze apparatuur worden eisen gesteld.Uitzonderingen zijn er voor vast aangesloten warmt5oestellen zoals boilers.Deze mogen ook in zone-1 en 2,mits deze voldoen aan respectievelijk IPX5 en IPX4 en ook zo worden aangesloten.Hiervoor komt uitsluitend kabel in aanmerking.

 

Vast aangesloten verlichting van klassll (dubbel geisoleerd) mag ook in zone 2.Omdathet gebuik van lasdozen in zon 2niet is toegestaan(epalg 701.520e.04 meten uitvoering en aanlsuiting voldoen aan IPx4. De voeding met vant 3 plaats vinden. In de praktjk meestal het plafond.(van inimaal 2.25m) boven zone 2.Apparatruurin het badzone 0) mgen alleen vast aangsloten toestellen zijn die daarvoor special zijn ontworpen.Wees hierbij zeerterughoudnd en gebruik bi voorkeur SELSV-keten gevoede apparatuur met een beperkt spanning van 12V AC of 30 V DC

 

Onder het bad geld geen zone-indeling(mits deze niet begaanbaar of zonder gereedschap bereikbaar is.Bubbelbadpompen mogen hier dus wel worden gemonteerd en aangesloten. In zone 0,1 en 2 mogen verder uitsluitend SELS-keten gevoede apparaten worden ingebouwd. De spanning mag niet hoger zijn dan 12V AC of 30DC waarbij de voedingsbron minimaal in zone 3 moet zijn opgesteld.

 

 

Indeling van ruimten:

De indeling van bad -e doucheruimte is als volgt:

 

Zone 0

Dit is de ruimte in de badkuip of douchebak.Indien er geen douchebak is toegepast,moet men vanaf het vloeroppervlak een hoogte van 10cm aanhouden over de gehele oppervlakte die als Zone 1. is gekwalificeerd.

 

Zone 1

Dit is de ruimte boven de gehele badkuip of gehele douchebak tot een hoogte van 2,25m gerekend vanaf de vloer.

 

Zone 2

Dit is de ruimte onder de badkuip if onder de douchebak,vanaf Zone 1 gerekend, met een straal van 60cm en een hoogte van 2,25m.

 

 

Aandachtspunten:

 

1.Breng een lasdoos aan voor het centrale aardpunt.Zorg er voor dat deze ook voor inspectie bereikbaar is! Monteer hierin een aardbeveilingsblok met voldoende aansluiting voor de verffeningsleidingen.Er mag slechts 1 leiding per klemverbinding worden aangebracht.

 

2. Verbind vreemd geleidende delen met het centrale aardpunt. Gebruik hiervoor 2.5mm2 dat beschermd is tegen mechanische beschadiging.Voor installaties waarbij de beschrmingleiding van eindgroepen in deze ruimte beperkt blijft tot 2.5 mm2 kunt u 4mm2 onbeschermd gebruiken.Voorbeelden: metalen baden en douche bakken; centrale verwarmingsbuizen en radiatoren;warm - en koudwaterleidingen; metalen en afvoerleidingen; de bewapening in de vloer of deze nu wel of niet doorloopt in andere ruimten; metalen(frames) van (voorzet) wanden; de afscherming van elektrische vloerverwarming of een daarboven aangebracht aardnet als er geen afscherming is.Wanneer de warm-en koudwaterleidingen een deugdelijke verbinding maken(mengkraan),kan worden volstaan met 1 van beide leidingen.Dit geldt ook voor cv-radiators.Deze hoeven niet verbonden te worden wanneer ze met kunstofbuizen zijn aangesloten en gemonteerd met kunstofbeugels of metalen beugels die van kunststof zijn voorzien.Hierdoor wordt een geisoleerde opstelling gegarandeerd.Isolatie aan te tonen door meting. 

(3) Verbind de beshermingsleiding uit de centraaldoos of einddoos voor de verlichting met het centrale aardpunt.Doe dit ook voor de andere eindgroepen in deze ruimte waarop toestellen zijn aangesloten.Gebruik bij voorkeur 2.5mm2 in buis;blanke draden van 4 mm2 zijn meestal niet geschikt voor de gebruikelijke lasdoppen en het gebruik van ongeisoleerde draad in (eind-of centraaldozen) is af te reden. In de praktijk betreft het meestal niet meer dan 2 eindgroepen.Bijvoorbeeld voor de verlichting en de aansluiting van een wasbehandlingstoestel.Het is ook mogelijk on via een pijp de verbinding van de wasmachine niet rechtstreeks naar het centrale aardpunt te vereffenen,maar via de contactdoos.De einddozen moeten diep genoeg zijn om te lassen. Let op: in zone 1,2 en 3 mogen geen lasdozen of niet functionele leidingen worden aangebracht. Zie bepaling 701.520.03 en 04

 

 

De aardlekschakelaar:

De aardlekschakelaar is heel geschikt als beveiliging tegen gevaar bij het aanraken van onder spanning staande delen. De aardlekschakelaar meet het verschil tussen de heengaande en de terugkomende stroom.(stroomsterkte) Als alles in orde is,is de heegaande stroom precies even groot als de terugkerende stroom.Maar als er iets fout gaat,zal er stroom "verdwijnen". Die stroom kan weglekken via een toestel of via het lichaam van iemand die in aanraking komt met de spanning.De aardlekschakelaar kan heel kleine verschillen tussen de heengaande en de terugkerende stroom meten.Als er zo'n verschil is,zal de schakelaar de voeding meteen uitschakelen.Wandcontactdozen in woonkamers en dergelijke,moeten voorzien zijn van beschermingscontact.Bovendien moeten deze installatiedelen worden beveiligd met een aardlekschakelaar van 0.03A. Deze 30mA geeft geen lichamelijk letsel,maar wel spierkramp en ademnood als de spanning langer aanhoudt. Aardlekschakelaars worden geleverd met met een aanspreekstroom van 10, 30, 100, 300 en 500 Ma.

 

Bediening: Op de aardlekschakelaar zit een aan/uit knop.en een testknop.Met de testknop maken we met opzet een foutstroom die de schakelaar op zijn goede werking controleert.Met de testknop kunnen we de schakelaar redelijk testen.Om precies te weten of de aardlekschakelaar in orde is,moeten we met nauwkeurige meetapparatuur een nauwkeurige lekstroom in de in de installatie nabootsen.Beproef de aardlekschakelaar regelmatig door op de testknop te drukken.

 

Wil je ook linkpartner van 3000 Hits.nl worden?......Klik dan hier!

 
 
 
 

Veel gestelde vragen

Hieronder hebben wij een aantal veel gestelde vragen vermeld.
Heeft u een vraag waarover u mischien meer advies wilt, neemt u dan gerust contact met ons op, misschien kunnen wij u van dienst zijn met het juiste antwoord.

 
 
Wanneer is een hoofdschakelaar verplicht

Een hoofdschakelaar is sinds september 2005 verplicht in elke groepenkast.
Dit geldt voor woningen waarvan de bouwvergunning na deze datum is afgegeven of
ingrijpende aanpassingen worden gedaan aan de elektrische installatie of groepenkast.

Wanneer is een aardlekschakelaar verplicht

Groepen met een overstroombeveiliging (stop/zekering) van ten hoogste 25 A waarvan
wandcontactdozen deel uitmaken, moeten zijn beveiligd door een aardlekschakelaar
met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA
Indien deze wandcontactdozen zijn aangebracht in ruimten waar sprake is van de
volgende gebruiksfuncties of subgebruiksfuncties:

1. woonfunctie;
2. logiesfunctie;
3. celfunctie;
4. onderwijsfunctie voor basisonderwijs;
5. onderwijsfunctie voor speciaal onderwijs;
6. bijeenkomstfunctie.

 

Kort samengevat:

 

In woonhuizen moeten bij het vervangen, uitbreiden of aanpassen van de
groepenkast alle groepen verplicht worden beveiligd door een aardlekschakelaar.

Hoeveel aardlekschakelaars heb je minimaal nodig

Vroeger bestond er nog onderscheid tussen zogenaamde natte en droge groepen.
Natte groepen waren bijvoorbeeld de keuken of de badkamer.
Toen hoefden alleen de stopcontacten van de droge groepen beveiligd te worden.
Tegenwoordig moeten alle stopcontacten verplicht beveiligd worden door een aardlekschakelaar.
Dus ongeacht het een natte of een droge groep is.

Het is niet verstandig om alles achter één aardlekschakelaar te plaatsen, omdat dan bij
uitschakeling de gehele installatie spanningloos raakt.
Er moeten dan ook altijd minimaal twee aardlekschakelaars worden toegepast.
Het is aan te raden om de groepen van één verdieping te verdelen over beide aardlekschakelaars.
In geval van storing heb je dan toch nog altijd een lichtpunt in de buurt.

Hoeveel groepen mogen er achter een aardlekschakelaar

Er mogen maximaal 4 groepen worden geplaatst achter één aardlekschakelaar.

Het maakt hierbij niet uit of deze groep 2 of 4-polig is uitgevoerd.

Toepassing aardlekschakelaars in kantoorpanden

I

n een nieuwbouw kantoorpand wordt een nieuwe verdeelkast geplaatst met daarin
een 4 polige hoofdschakelaar van 160 A. Met daarin een aantal krachtgroepen en een aantal groepen gecombineerd (werkplek wandcontactdozen en Lichtgroepen) heeft men de groepen niet beveiligd door middel van een aardlekschakelaar. Is dit toegestaan?

In kantoorruimten behoeven de wandcontactdozen niet achter een 30mA ALS geplaatst te worden.
Wel dient hierbij gekeken te worden of aanvullende bescherming, door middel van een aardlekschakelaar, niet om een andere reden gewenst is, bijvoorbeeld omdat er niet een voldoende
lage aardverspreidingsweerstand haalbaar is (dit geldt overigens doorgaans bij zgn TT-stelsels )
Bij een verdeler van 160A is altijd sprake van een TN-stelsel en is de circuitweerstand voldoende laag.

Er zijn internationaal wel discussies gaande om de Aardlekschakelaar ook verplicht te stellen in de kantooromgeving,maar zover is het nog niet.

Wanneer moet uw installatie aan de nieuwste normen voldoen

De bestaande installatie moet voldoen aan de eisen ten tijde dat de woning werd gebouwd.
Als aan deze installatie niets gebeurd dan zijn er geen aanpassingen nodig.
Wanneer er uitbreidingen/aanpassingen plaatsvinden aan de elektrische installatie dan
moeten deze voldoen aan de laatste normen.

 

Met betrekking tot de groepenkast betekend dat het volgende:

  • De groepenkast moet zijn voorzien van een hoofdschakelaar
  • De groepenkast moet zijn voorzien van minimaal 2 aardlekschakelaars
  • Geen onderscheid meer tussen "droge" en "natte" groepen
  • Er mogen maximaal 4 groepen worden beveilig door één aardlekschakelaar

Conclusie:
Elke nieuw aangelegde groep moet altijd worden beveiligd achter een aardlekschakelaar.

Waarvoor dient een beltransformator

Een beltransformator heeft u nodig voor de juiste werking van de deurbel.
De deurbel werkt namelijk op zwakstroom (meestal 8 Volt) en kan dus niet
op 230Volt worden aangesloten. Hiervoor gebruikt u een beltransformator.
De beltranformator zit meestal in de meterkast en zorgt ervoor dat de stroomvoorziening van 230 Volt naar meestal 8 Volt wordt omgevormd.

Wanneer moet men een aparte groep toepassen

Apparaten met een hoger vermogen dan 2000 Watt vereisen een aparte groep.


BIJVOORBEELD:

  • wasmachine
  • vaatwasser
  • combimagnetron
  • wasdroger
  • quooker
  • oven
  • inductiekookplaat t/m 7300 Watt achter een kookgroep
  • inductiekookplaat vanaf 7400 t/m 11.400 Watt achter een krachtgroep (3 fase)

Opmerking:
Elke nieuw aangelegde groep moet altijd worden beveiligd achter een aardlekschakelaar.

Hoeveel groepen mogen maximaal in een groepenkast

Op een 1 fase groepenkast (1x230Volt/35-40A) mogen maximaal 12 groepen.

Wat verstaat men onder een kookgroep (fornuisgroep)


Een kookgroep bestaat uit 2 gekoppelde groepen.
Als je bijvoorbeeld elektrisch wilt gaan koken, moet de groepenkast uitgebreid
worden met een zogenaamde kookgroep.


Een kookgroep kan toegepast worden bij kooktoestellen (inductie/keramisch) met een maximaal aansluitvermogen van ten hoogste 7300 Watt.

Bij kooktoestellen met een aansluitvermogen vanaf 7400 t/m 11.400 Watt dient gebruik te worden gemaakt van een krachtgroep, welke alleen kan worden toegepast bij een 3 fasen aansluiting.

Wat is een aardlekautomaat


Een aardlekautomaat is een installatieautomaat (groep) gecombineerd met een aardlekschakelaar.
Dit is een uitstekende oplossing voor bijvoorbeeld de tuinverlichting.

1 fase of 3 fase groepenkast

Als u een nieuwe groepenkast gaat kopen, dan moet u de keuze maken tussen een
1-fase en een 3-fase groepenkast. In de meeste huizen zit een 1-fase groepenkast.

Hoe komt u te weten welk type aansluiting u heeft ?

Dit kunt u controleren door op de KWh meter te kijken naar de aansluitwaarde.

- staat er 220/230 Volt op dan heeft u een 1 fase aansluiting.
- staat er 380/400 Volt dan heeft u een 3 fase aansluiting.

Het type aansluiting kunt u tevens nazien op het jaaroverzicht van uw energiebedrijf.

Wanneer overstappen op een 3 fase aansluiting

Voor uw woning zal in het algemeen een aansluiting met een hoofdbeveiliging van 1x35A
voldoende zijn.

Installaties tot 5500 VA (Watt) bij 230 Volt hebben meestal een hoofdbeveiliging van 1x25A (230Vx25A).
Installaties tot 8000 VA (Watt) bij 230 Volt hebben meestal een hoofdbeveiliging van 1x35A (230Vx35A).

De hierboven genoemde vermogens zijn het verwachte maximaal gelijktijdig af te nemen vermogen.
Dat wil zeggen: Het vermogen wat u gemiddeld gelijktijdig gebruikt.

 

Bij een te verwachten groter gelijktijdig vermogen, dus bij een gebruik van meer dan 8000 VA (Watt)
zult u dus een driefasen aansluiting moeten aanvragen.

De werking van een installatie-automaat (groep)

De werking van een installatie-automaat (groep)
De werking van een installatie-automaat (groep)
De werking van een installatie-automaat (groep)
De werking van een installatie-automaat (groep)
De werking van een installatie-automaat (groep)

Een installatieautomaat beveiligt de installatie tegen kortsluiting en overbelasting.
Kortsluiting kan bijvoorbeeld ontstaan door een defect in een apparaat.
Bij overbelasting wordt er teveel vermogen van een groep afgenomen.

Dit kan gebeuren als meerdere grote verbruikers aan staan, bijvoorbeeld bij
gelijktijdig gebruik van een waterkoker, een stofzuiger en een koffiezetapparaat.


Maar ook als men een droger koopt en deze op dezelfde groep als de wasmachine aansluit.
Daarom moeten een wasmachine en een droger altijd op twee verschillende groepen aangesloten worden.

Een installatieautomaat heeft dezelfde functie als de oude stoppen, de smeltzekeringen.
Het voordeel van de automaat is dat deze niet defect raakt, maar weer ingeschakeld kan
worden zodra de oorzaak van het uitschakelen verholpen is.

De werking van een aardlekschakelaar

Een aardlekschakelaar is een extra beveiliging van de installatie.
Er kunnen fouten optreden waarbij de installatieautomaat (nog) niet uitschakelt.
Vaak heeft dit te maken met oude apparaten in een vochtige omgeving, zoals een koelkast of vrieskist. Er kan gevaar ontstaan als de aarding van zo'n apparaat niet in orde is.Het apparaat kan dan onder stroom komen te staan zonder dat dit leidt tot uitschakeling van de installatieautomaat. In dat geval biedt de aardlekschakelaar extra veiligheid.

Al bij een kleine lekstroom schakelt de aardlekschakelaar uit.
Zo staat er geen spanning meer op het apparaat en kan je het zonder gevaar aanraken.
Als de aardlekschakelaar uitgeschakeld is ga je als volgt te werk:

  • Schakel de groepen achter de betreffende aardlekschakelaar uit.
  • Schakel de aardlekschakelaar weer in.
  • Schakel de groepen één voor één weer in.
  • Zodra de aardlekschakelaar weer uitschakelt, laat je desbetreffende groep uit.
    de overige groepen kunnen ingeschakeld blijven.

Veel mensen weten dit niet, maar een aardlekschakelaar moet regelmatig getest worden.
Op de aardlekschakelaar zit een testknop.
Zodra deze wordt ingedrukt moet de aardlekschakelaar automatisch uitschakelen.
Reageert de aardlekschakelaar niet op de testknop, neem dan contact op met uw elektricien.

Veiligheidsaarding

De veiligheidsaarding heeft een heel speciale functie.

Deze wordt zo genoemd omdat deze draad direct, en zonder onderbrekers naar de
aardelektrode gaat die zo diep in de grond is geplaatst, dat zij altijd in het grondwater staat.

In oude huizen zie je nog wel eens dat er geen aardelektrode/aardpen aanwezig is, maar dat
de waterleiding gebruikt wordt als aarding.

Toen de waterleidingen ook ondergronds nog van koper gemaakt waren gaf dat een prima
aardleiding,
met de huidige kunststof leidingen kan en mag dat niet meer .


Conclusie:
- De aardleiding dient verbonden te zijn met een aardpen.

De aardleiding wordt in sommige gemeenten gekoppeld aan de aarding die deel uitmaakt
vanuit de voedingskabel van uw energiebedrijf.

Wat is een lekstroom

Een lekstroom kan ontstaan doordat een storing is opgetreden in een apparaat waarbij op het
metalen chassis elektrische spanning komt te staan.
Bij een zogenaamd geaard apparaat zal de lekstroom via de wandcontactdoos wegvloeien.
Bij een niet geaard apparaat, zal bij aanraking de elektrische stroom door het lichaam wegvloeien naar aarde. In beide gevallen is de retourstroom niet gelijk aan de stroom die het huis via de aardlekschakelaar is ingegaan, de aardlekschakelaar treedt in werking voordat de situatie levensbedreigend is geworden.

Aandachtspunten bij de aanleg van een nieuwe groep

BIj het aanleggen van een nieuwe groep dient u rekening te houden met het volgende:

Bij het aanpassen van de groepenkast is men verplicht de nieuw te plaatsen eindgroep achter een aardlekschakelaar van maximaal 30mA (=0,03A) te plaatsen.

Met andere woorden: de volledige installatie moet dan worden aangepast en achter twee aardlekschakelaar van maximaal 30mA worden geplaatst en dus ook de wasmachine.
Let wel even op, want er mogen maximaal maar 4 groepen op één aardlekschakelaar.

De aanwezigheid van aardlekschakelaars in nieuwe en gewijzigde huisinstallaties is in Nederland volgens de NEN 1010 sinds 1975 verplicht. Ze worden veelal in de groepenkast opgenomen.
In installaties na 1996 en sinds 1 september 2005 is het zelfs verplicht, om in woningen waarvan de bouwvergunning is afgeven na deze datum, alle eindgroepen in de groepenkast verdeeld achter twee aardlekschakelaars van 30mA te plaatsen (bij meer dan twee eindgroepen).

Garantie

Op alle geleverde producten krijgt u drie jaar garantie.

 
 

Top